Methode oplageregistratie 2013

De cijfers over 2013 zijn een gemiddelde over het 4e kwartaal 2012 tot en met het 3e kwartaal 2013.

Die over 2012 zijn een gemiddelde over het 4e kwartaal 2011 tot en met het 3e kwartaal 2012. Er is gewogen naar het aantal verschijningsdagen van elk kwartaal. Het gaat steeds om de totaal verspreide oplage.

De dagbladen leveren daarnaast oplagecijfers per gemeente aan. Hiervoor wordt de tweede dinsdag in september (2013: 10 september) als peildatum gebruikt. Aan de hand van deze cijfers wordt per dagbladtitel de procentuele verdeling van de oplage naar gemeenten vastgesteld. Conform deze verdeling wordt de verspreide binnenlandse oplage verdeeld over de gemeenten, waarmee de verspreidingscijfers naar gemeenten en regio's worden verkregen. Evenals voorgaande jaren wordt de dekking op basis van de particuliere afgiftepunten (voor de cijfers van 2013 februari 2013) berekend.

De exemplaren die dagelijks worden doorgegeven aan iemand buiten het eigen gezin, zoals buren of kennissen, worden verkregen uit data van de NOM Print Monitor (2-jaarsbestand 2010 – 2011).


Verspreide oplage

De verspreide oplage van de Nederlandse dagbladen is ten opzichte van 2012 met bijna 5% gedaald. De totaal verspreide oplage bedraagt 3.062.663.

Het aantal huishoudens in Nederland is, op basis van het aantal particuliere afgiftepunten, in februari van 2013 vastgesteld op 7.390.920. Dit betekent dat er in Nederland per 100 huishoudens 40 dagbladen worden verspreid. Ruim een vijfde deel van de Nederlandse bevolking geeft de krant dagelijks door aan iemand anders buiten het gezin, bijvoorbeeld de buren.

Rekening houdend met dit verschijnsel komt de dekking uit op 51 exemplaren per 100 huishoudens.